Een herinnering aan het verleden

Photocredit: Michal Jarmoluk / Pixabay

Naar het museum

Vandaag zat ik weer eens lekker ergens koffie te drinken. Mijn gedachten wat afdwalend naar de plannen voor die dag. Als eerste stond na de koffie een museumbezoek op de agenda. Ik vond het toch echt wel een kwalijke zaak dat ik in mijn eigen stad dat museum nog niet eerder bezocht had. En ik woon er al 29 jaar! Maar daar gaat het nu niet om.

Er was ook een groepje dames op pad. Ik kon ze niet zo zeer zien als wel duidelijk horen. Echt zo’n dames groepje, al jaren vriendinnen, oudere dames, druk kletsend, hard lachend, samen op pad, een dagje uit of zo. Aan hun aardappel in de keel te horen niet van ‘hier’. En dus duidelijk op bezoek in de stad, dus met een doel. Zo vulde ik het in tenminste. Gescheiden afrekenen, nog even naar het toilet en daar gingen ze op pad.

Gaan zij ook!?

En toen gebeurde het. Ik dacht dus: Oh nee, als zij maar niet naar hetzelfde museum gaan als ik!
Ik moest er zelf ook wel om grinniken. En ik dacht aan die andere keer…

Dat we met ons gezin, mijn paps, mams en mijn zus, naar Ahoy gingen. Voor een opera als cadeau van ons aan mams, maar een volleybalwedstrijd kan het ook geweest zijn. Ik weet eigenlijk niet meer waar we naar toe gingen. Doet er ook niet toe voor het verhaal.

We gingen dus naar Ahoy. En vertrokken bijtijds. Mams hield niet zo van haasten en wilde vooral op tijd zijn. Dus we stonden daar met de auto voor het stoplicht. Om ons dorp te kunnen verlaten, jawel ons dorp!, moet je invoegen op de provinciale weg. En dit wordt door een stoplicht geregeld. Ons dorp is pak en beet zo’n 30, 40 minuten met de auto rijden van Rotterdam vandaan. Bij dat stoplicht stonden we dus te wachten voor rood. Deze keer met wel  3 auto’s achter elkaar.

En toen sprak mij mams de hilarische woorden: “O nee, zij gaan vast ook naar Ahoy!”. En ze vervolgde:  “Als we nu maar nog een goede plek vinden. Het zal wel druk zijn. Ik hoop dat we wel op tijd komen. En dat we wel nog een parkeerplek kunnen vinden.

Waarop m’n zus en ik vanaf de achterbank lachend in koor riepen: “Mam!” Omdat jíj naar Ahoy gaat, wil dat niet zeggen dat iedereen naar Ahoy gaat. En zeker niet afgemeten aan die 3 auto’s voor je bij het stoplicht van ons dorp op 35 minuten rijden afstand van Ahoy!

Ik glimlach. Mams, ik lijk steeds meer op jou!

De narcissen zijn er weer!

Narcissen

Wow, die narcissen overal weer. Heerlijk! Daar kan ik altijd zo vrolijk van worden.
Dat betekent dat de lente er eindelijk weer aan komt. Dat het buiten warmer gaat worden. En dat we weer vaker mooier weer gaan krijgen. En ook dat we lekker naar buiten kunnen. Lekker het zonnetje op je gezicht.

Kopjes boven de grond in Januari

Het begint als de narcissen al in januari hun kopjes boven de grond steken. Het zijn er nog maar enkele. Hier en daar steekt een klein puntje boven de grond. En als je het kopje ziet, geloof je nog niet echt dat ze er al weer aan komen. Het is tenslotte net Kerst geweest. De feestdagen zijn nog maar net achter de rug. Het oude jaar is nog maar net voorbij. We zijn met Oud en Nieuw  nog maar pas het nieuwe jaar in geknald. Er is ook nog van alles mogelijk met hagel en sneeuw en die kou.

Gele gloed in Februari

Maar in februari zijn het er toch steeds meer. En het geel, vooral het geel, geeft het landschap een gouden gloed. Zorgt voor dat vrolijke beeld. Je ziet ze nu overal.
Zo langs de snelwegen en de provinciale wegen, zie je ze steeds meer. Bijvoorbeeld in de middenbermen  maar ook in de gemeentelijke perkjes komen ze nu zichtbaar op. En ook in de tuinen en parken. Meer. En meer en meer en steeds meer.
Het is echt. Ze komen eraan. Je kan het niet meer ontkennen. En hoewel we nog de februari stormen over ons heen kregen en ondanks de regenbuien met hagel, ze staan er.

De narcissen stralen in Maart

En ze staan er nu in maart. Koppen fier omhoog. De bloemen open. Het geel straalt je tegemoet. De narcissen zijn er weer overal. Overal waar je maar kijkt. Van die plukjes geel. Plukjes? Wat zeg ik, plukken! Plukken, of hele stroken, bloeiend, stralend, geel. Zeker als dan ook het zonnetje erop schijnt. Zo vrolijk!

Oh mams, jouw bloemen. Jouw lievelingsbloemen. Waar je altijd zo vrolijk van werd, zei je. Ze zijn er weer. En dus denk ik aan jou.

Hoi mams!

Mijn zus en ik

Wij gingen met elkaar om zoals echte zussen kunnen doen. Tenminste zo zie ik dat. Sommige zussen zijn dikke vriendinnen en andere zussen kunnen niet mét en niet zónder elkaar. Wij hoorden dus meer in die laatste categorie.

Wij konden elkaar de tent uitvechten, maar als het moest waren we er voor elkaar, op die momenten dat het er echt toe deed. En we konden dan samen de grootste lol hebben. Zoals in vakantietijd. Op avonden als paps en mams uitgingen, tot en met het matrassen verslepen aan toe omdat we het zo gezellig hadden dat we ook nog op één kamer wilden slapen!
Het ging in fases met ups en downs. Ook toen we allebei al het huis uit waren. Maar de laatste jaren ging het eigenlijk wel ontzettend goed. Samen beachen. En ze woonde en werkte toen ook bij mij in de buurt. Gingen we vaak even een happie eten na ons werk.

Jubilea creaties

Én … we hadden onze “drie keer in de vijf jaar creatieve uitspatting” momenten. Bij elk jubileum van onze ouders, verjaardagen en trouwdagen, kwamen we ruim van te voren weer bijeen om een mooi, leuk cadeau te bedenken. Om weer iets anders, nieuws, creatiefs te bedenken voor de jubilaris. We hadden allebei een creatieve studie als achtergrond en een creatieve drang om weer met iets leuks op de proppen te willen komen.

Zo hebben we voor mams 60e verjaardag onder andere een stok speelkaarten gemaakt met foto’s van ons op allerlei locaties uit het leven van mams, zo de ruiten, harten, schoppen en klaver uitbeeldend. Voor het 40 jarig huwelijk een collage van fotolijstjes met foto’s uit de oude doos. Dit in de vorm van 40 door gebruik van kleur en zwart wit foto’s. En met paps 70e verjaardag stuurden we elke week een kaartje. En eens per maand kregen hij een canvas met onze hoofden erop. Steeds waren we er drie jaar achtereen maar druk mee, en hadden dan 2 jaar de tijd om bij te komen.

Hum, zo terugkijkend waren we vooral met foto’s van onszelf bezig en deden we vooral véél. Ha ha. Én een stok speelkaarten, én een agenda, én een quiz door memory lane. Misschien hadden wij zelf nog wel de grootste lol bij de voorbereidingen. Meer lol nog dan degene die het cadeau kreeg.

Memory Lane

Ik kan me namelijk herinneren dat we iets deden met een miniatuur poppetje op een motor in een vissenkom die we op een platenspeler wilden rond laten draaien. Niet te snel en niet te langzaam… Was denk ik voor paps 50e verjaardag.

En ik zal ook nooit die zoektocht vergeten die we maakten om een minimaal 2 meter hoog standbeeld van Apollo te willen plaatsen in hun tuin ter ere van mams d’r 65e verjaardag. Onmogelijk. Niet te vinden. Zwaar. Zonder autokraan niet te vervoeren en te plaatsen. Duur. Was echt geen geintje meer. Maar wat een hilariteit!

Vooral veel lol

Waar het vooral op neer kwam was dat wij ontzettend veel lol samen hadden. En in die weken, maanden voor zo’n belangrijke datum vaak bij elkaar kwamen om te kletsen en o ja we moesten ook nog wat bedenken of doen. Avonden achteren konden we ideeën spuien, het een nog gekker dan het ander. Wilder en wilder werd het. En dat we dagen op pad waren om foto’s te schieten, samen in de auto langs allerlei locaties crossen of samen gezellig knutselen aan iets groots…

Ja …, een trip down memory lane. ’t Was mooi, Kiet!

De vlinder, een anekdote

Ik was een tijdschrift aan het lezen. Een heel normaal tijdschrift, zo’n twaalf in een dozijn blaadje. Lamlendig zat ik op de bank. Ik had nergens zin in en had verdriet om mijn zus. Tjee, was miste ik haar. Ik bladerde verder toen mijn oog viel op een stuk over dood gaan, gemis van dierbare. En ook over symboliek en tekens van hun zijn om ons heen.

Nu ben ik meer een bèta, een techneut, iemand met een technische achtergrond.  Als je overigens iemand vraagt van de Technische Universiteit of Industrieel Ontwerpen een technische studie is dan lachen ze je vierkant uit. Ze noemen het een knip en plak studie, een knutsel studie of zoiets. Maar dat is een hele andere discussie.

Maar goed, normaal gesproken ben ik dus helemaal niet zo spiritueel aangelegd, niet zo gelovig in een groot aangestuurd geheel waarin er meer is dan leven op aarde. Alhoewel ik het ook niet wil afschieten, gewoon  voor de zekerheid. Toch wel zo veilig, want stel dat er wel wat is… En zo niks is ook maar zo niks.

Na ja, dat dus. Dus ik begin te lezen over dat sommige mensen ervaren dat hun dierbare nog bij hen zijn en zich tonen in een bepaalde verschijningsvorm of als engeltje op hun schouder aanwezig zijn, beschermend voor grote gevaren. Niet uit te leggen maar er bestaan wel heel veel van dat soort verhalen… Het geeft in elk geval een bepaalde rust en een bepaald goed gevoel.

Lamlendig zeg ik: Nou zus, als je dan hier in de buurt bij mij bent, verschijn dan maar. Welke verschijningsvorm kies jij?”
Ik kijk wat rond in de kamer en mijn oog dwaalt naar de schuifpui waar achter onze tuin in een waterig herfstzonnetje de laatste stralen opvangt. En daar vliegt ze. Een mooie witgele vlinder. Dansend in een zuchtje wind, beschenen door de zon. Dwarrelend voor het raam. Ik zit er een tijdje met open mond naar te kijken, ik volg haar met mijn ogen. Ik durf nauwelijks te bewegen. Niet adem te halen. Bang dat ze snel al weer weg vliegt. Maar ze blijft lange tijd bij mij in onze tuin. Het gekke is het was helemaal geen vlindertijd. Ik had al tijden geen vlinders meer in de tuin gezien. En het bleef er ook op dat moment en tevens de weken daarna bij eentje. Die ene.

Hardop zeg ik dan ook: Haai Zus!
Het is niet dat ik nu geloof dat mijn zus daar rond vloog. Dat die vinder mijn zus was. Of dat als er een vlinder op mijn autoruit klapt dat zij dat dan is. Pffft, gelukkig niet zeg. Maar ergens geeft het me wel troost. Ik sta bij het zien van een vlinder weer even stil en denk bewust aan haar. En glimlach. En bij elke vlinder zeg ik nu dan ook bij mij zelf: “Haai Zus, wat leuk dat je even bij me bent.”

Die donkere decembermaanden

Photocredit: Steen Jepsen/ Pixabay

De donkere dagen van december komen er weer aan. De feestdagen van Kerst en van Oud en Nieuw. Pfft, deze voelen altijd zo dubbel voor mij.

Nu zijn dat al sowieso niet de beste dagen voor mij, die korte dagen, zo laat licht en zo snel donker, weinig daglicht, vaak ook met nat en grauw weer. Brrr. Maar ik hou ook van de gezelligheid buiten, met die lampjes in de straten, bij huizen binnen en in bomen en struiken in de tuinen. Rijkelijk versierde etalages en vrolijke liedjes in de winkels. Warmte, sfeer, gezelligheid. En ook gemis.

Warme kerstdagen

In ons gezin hebben we dat altijd al gehad. Zo lang als ik me kan herinneren hadden we hele fijne, warme kerstdagen vol sfeer en gezelligheid en werd het oudjaar feestelijke uitgeknald met de hele familie. Een mooie boom vol ballen, kaarsjes op tafel, het stalletje uitgestald, sfeervolle muziek op, om de beurt een plaat uitzoeken, een nachtelijk kerstontbijt met witte puntjes met ‘ezeltje’ (een soort doorgebakken rosbief). Mooie, fijne tradities. Echt genieten.

Maar toen

Tot het jaar waarop de vriend van mijn zus met kerst ziek werd, met oudjaar in het ziekenhuis opgenomen werd en op 13 januari op zijn verjaardag kwam te overlijden, 28 jaar oud, kanker.
De jaren van kerst ‘vieren’ daarna volgden steeds eenzelfde patroon. Het eerst jaar hebben we nog wel heel ongemakkelijk bij elkaar gezeten. Maar die stoel aan de kop van de tafel was zo leeg! Het jaar daarop zorgde mijn zus dat ze op reis was. En daarna was er steeds wel iemand uit ons gezin op de vlucht. Dan weer was mijn zus op reis, dan weer had ik een reis geboekt en ook mijn ouders waren een keer met de kerst weg.

Weer wat rust

Maar van lieverlee kwam er weer een bepaalde rust en een soort acceptatie over ons heen. Een bepaalde tevredenheid. En hadden we weer behoefte om kerst samen met elkaar te vieren. We hadden het weer gezellig, die lege stoel stond niet meer aan de kopse kant maar had wat meer een aangeschoven functie. Was wel aanwezig maar niet meer zo prominent.
Met mams en mijn zus  stonden we gezamenlijk uren in de keuken om tig-gangen-diners in elkaar te draaien. Een hobby van ons drieën. Heerlijk samen kokkerellen én bijkletsen. Onze vriendjes moesten maar aanschuiven en ook de handen uit de mouwen steken. Een fijn samen zijn.

Maar dan

Totdat mijn zus kwam te overlijden en 3 jaar later mijn mams. Kerst was weer niet meer dat gezellige familiefeest waar ik vroeger altijd zo naar uit keek.  De tafel kreeg veel teveel lege stoelen om tegen aan te gluren.
Mijn vader en ik alleen over van ons gezin. En wij samen krijgen de gezelligheid niet ingevuld, die enorme stilte niet overstemd. Het is niet meer zoals het was. Het wordt het ook niet meer. Nooit meer.
Stilte. Verdriet. Gemis.

Ik doe mijn best

Tegelijkertijd hebben wij wel een dochtertje. Die ik ook een fijne, warme kerst gunde. Met een mooi versierde kerstboom, met liedjes via spotify en natuurlijk witte puntjes met ‘ezeltje’ bij het ontbijt. (Kom niet aan mijn ezeltje! ) Ik wil haar heel graag onze tradities meegeven. Mijn beeld van een fijne, warme kerst. Vanuit mijn jeugd. Kerst zo als kerst was, vroeger. Iets om het hele jaar naar uit te kijken.

En het is fijn om samen te zijn. Ik geniet van de kerstdagen met mijn gezin. Ik probeer diezelfde kerstsfeer van uit mijn jeugd aan haar door te geven. Ik doe echt mijn best. Maar die lege stoelen blijven leeg. Het blijven dagen met een dubbel gevoel voor mij.

Tafelezel

We waren een weekendje weg met zijn tweeën, mams en ik. We liepen in Dordrecht door die leuke straatjes. En omdat ik kort daarvoor met een vriendin ook  in Dordrecht was geweest, wist ik dat we al gauw langs een etalage met een leuk schilderij zouden komen. Met een glimlach wijs ik mams erop. “Ik vind dat toch zo’n leuk schilderij. Felle kleuren, karikaturale uitstraling, gezellige kippen op een stok, vrolijkheid”, vertel ik haar. Ik zei haar dat ik zoiets graag zelf nog eens wilde maken.

Belofte

Even later lopen we bij zo’n creawinkel Pipoos voorlangs. We hadden het erover gehad waarom ik dan niet meer schilderde. En in de etalage stond zo’n tafelezel. Een van de smoesjes  was namelijk dat ik mijn tekentafel had weggedaan en het niet prettig vond om mijn doek plat op tafel te beschilderen…
Ze schiet naar binnen, koopt zo’n doos met zo’n tafelezel voor me en overhandigt ‘m aan mij met de woorden: “Beloof me dat je weer gaat schilderen. Maak dat schilderij voor mij!”
En ik beloof het.

Het was een snel geboekt weekendje weg. We hadden kort daarvoor gehoord dat mams niet lang meer te leven had en we wilden nog even samen zijn. De weken werden maanden en we zijn zelfs nóg een keer samen weggeweest, maar toen had ze helaas al een stuk minder energie. Toen, 10 maanden na het ontvangen van het slechte nieuws, is ze overleden.

Ingelost

Pas 2 jaar na haar overlijden ben ik er toe gekomen om weer wat te gaan schilderen. Een ander smoesje was namelijk dat ik er helemaal geen zin, puf en lol meer in had. Ik heb haar tafelezel erbij gepakt en ben weer gaan kliederen. En toen ik voldoende energie en lef had verzameld ben ik ook die kippen op stok gaan verven. Ik heb dat schilderij geschilderd en het hangt nu bij ons in de gang. Een ieder die bij ons binnen komt kan het zien hangen. Ik ben er trots op. Trots dat ik weer schilder (of hoe je het ook noemen wilt 🙂 ), trots op die vrolijke kippen, een beetje van mezelf en een beetje uit de etalage in Dordrecht. Trots dat ik dit verhaal kan vertellen als mensen naar dat schilderij vragen. En trots dat ik de belofte aan mams heb kunnen inlossen!

Laat je tranen gaan

Mijn moeder huilde bijna om alles.
Was er een mooi sportmoment dan stonden de tranen in haar ogen, was er een prijsuitreiking dan liet ze een traan, bij boeken en diverse TV-momenten kon ze hoorbaar zitten sniffen,  bij  films kon ze onbedaarlijk zitten snikken. Zelfs bij een reclame hield ze het niet meer droog! Ik weet helaas niet meer welke reclame dat was, haha.

Respect

Mijn zus en ik vonden dat hilarisch. We lachten er om, we maakten grappen, boden haar zelfs lakens aan om haar tranen te drogen.
Nu heb ik alleen maar respect voor haar. Ze liet het gewoon komen ondanks ons geginnegap. Ze lachte oprecht met ons mee, maakte er zelf geintjes over, maar liet ze een volgende kaar gewoon weer komen. En accepteerde dat volledig van haar zelf.

Inmiddels ben ik wat ouder geworden. Heb ik het één en ander meegemaakt. Ben ik wat bewuster geworden van de impact die iets kan hebben of heb ik meer inzicht gekregen in mogelijke ingrijpende levenservaringen waar iemand mee te maken kan krijgen. Heb ik een kindje gekregen met alle mogelijke bijbehorende gevoelens van liefde, verantwoordelijkheid, zorg en angst . En/of ben ik wat gevoeliger voor gevoelens en emoties. Ik weet het niet. Waarschijnlijk alle factoren bij elkaar.

Want ook ik kan nu tranen met tuiten huilen bij films, boeken of mooie momenten of tv, bij crematies of een afscheid, zelfs bij prijsuitreikingen of behaalde prestaties. Het niveau van de reclame heb ik nog niet bereikt, maar laatst zaten mijn tranen hoog bij een tekenfilm! Een Tekenfilm ja!

Jaloers

En wat ben ik nu jaloers op haar. Want oh mai, wat vind ik het moeilijk om mijn tranen te laten gaan. Ik voel ze wel, ze komen wel degelijk op, mijn ogen worden vochtig, een snif in mijn neus of een snik in mijn keel…
Maar daar stopt het. Stop ik het. Ik duw het terug. Het mag niet. Het kan niet. Er zit een bepaalde gêne bij… Het is raar.

En het is juist zo belangrijk je tranen te laten gaan!
Deze tranen, opgewekt door een boek of een film, appelleren aan een gevoel van jou, een bepaalde emotie die in je zit, en die een weg naar buiten zoekt. Het verdriet mág er wezen. Door je verdriet te ervaren, te ‘doorleven’ zoals ze dat wel eens zeggen, verwerk je je verdriet. Door je emoties te beleven, zowel positieve als negatieve, leef je!

En dat is zo belangrijk: Leef!

Knuffel, een kaartje of het bekende pannetje soep

Photocredit: Gerd Altmann via Pixabay

Iedereen kan wel eens wat hulp gebruiken. Iedereen heeft op een zeker moment wel een steuntje in de rug nodig. Behoefte aan een brede schouder, een luisterend oor, een helpende hand.

Alleen voelen

Man, wat voelde ik me alleen. Mijn zus was overleden. En niemand anders was haar zús kwijt geraakt, behalve ik. Niemand wist echt, voelde echt of begreep echt wat ik voelde en voel.

Natuurlijk mijn ouders hadden ook hun verdriet, maar zij waren allebei hun dóchter kwijt geraakt, hadden dezelfde herinneringen van haar als baby, als peuter, kleuter, puber, etc.
Natuurlijk kon ik wel met hen over haar praten, maar het waren ándere herinneringen. Niet die herinneringen die ik had met mijn zus, toen wij kind, puber of student waren. En zij wisten zeker niet over die gesprekken die wij als kinderen voerden juist over hén. En toen mijn moeder 2 jaar later ook kwam te overlijden had ik nieuw verdriet, maar nog een persoon minder waarmee ik over mijn zus kon praten.

En natuurlijk kon ik wel met de vrienden van mijn zus over haar praten. Maar ook dat was anders; andere momenten, andere levensfases, en als ‘zusje van’ was ik zeker ook niet overal bij aanwezig (geweest). En die vrienden herkenden zich vooral in elkaar met het gedeelde verdriet. Dus dat was ook anders.
Terwijl het zelfs al merkbaar was dat de vrienden van mijn zus uit haar studententijd een andere relatie met haar hadden, met andere herinneringen als de vrienden van zeg maar de laatste 3 jaar. Maar toch, zij hadden elkaar. Zij hadden allen een vriendin verloren.

Ik had natuurlijk ook mijn eigen vrienden, waarmee ik kon praten. Maar zij kenden mijn zus weer niet zo goed omdat zij ‘als grote zus van haar’ ook niet overal bij aanwezig (geweest) was.
En het leven van die vrienden ging gewoon door. Ik wilde hen ook niet steeds lastig vallen met mijn verdriet. Of ik wilde het die avond juist gezellig en luchtig houden. Even geen verdriet. En ‘gelukkig’ had ik een vriendin, die een kleine 2 weken later haar vader verloor, om mee te praten. En ook nog een vriendin die 10 jaar eerder haar moeder had verloren. En nog meer vrienden met vergelijkbare ervaringen. Maar toch, het was anders en ze kenden niet mijn zus zoals ik haar ken.

Zelfs mijn schatje en dochtertje waren geen steun in die zin om echt over het verdriet, het verlies, de rouw zelf te praten; want hij kende het fenomeen rouw nog niet, hij stond anders in relatie tot mijn zus, anders in relatie tot verdriet, rouw, verlies en zij was simpelweg nog te klein.

Rouw, verdriet, verlies, het is zo universeel en tegelijkertijd zo uniek

Man, wat voelde ik me alleen staan.
Ik weet het (nu), je alleen voelen is wat anders dan alleen zijn. Iedereen maakt verlies mee. Een open deur wellicht, maar dit inzicht alleen al heeft mij geholpen. Er zijn meerdere mensen die verdriet om haar hebben. Er zijn meerdere mensen die hun zus zijn verloren. Er zijn meerdere mensen die verdriet hebben. Ik ben daarin zeker niet alleen. Ik ben niet uniek (ook al voelt dat soms zo). Maar iedereen heeft zijn eigen manier van rouwen. In die zin is rouw universeel én uniek.

Ik weet het (nu), ik had en heb zeker wel steun. Van mijn vrienden, mijn partner, in zekere zin mijn dochtertje, mijn familie, enkele collega’s, enkele vrienden van mijn zus en zelfs coaches. Ik had dat steuntje in de rug nodig en kreeg ‘m ook. Want rouwen doe je weliswaar persoonlijk en zelf, maar wel samen en hoeft niet alleen.

Een helpende hand, een schouder om op uit te huilen, een luisterend oor, gewoon aanwezigheid, een arm om je heen, een knuffel, even oogcontact, een warme, begrijpende blik.

Steun is onontbeerlijk. En die steun hoeft niet groots en meeslepend te zijn.

Het kleine geluk

Wat kan ik daarvan genieten! Ergens lekker koffie gaan drinken. Op een zonnig terrasje, in een gemoedelijk cafeetje, in een trendy Grand Café. Maakt niet uit. Gezellig samen met een vriendin, met mijn gezin of gewoon alleen met een boek erbij.

Ook deze vakantie zit ik met mijn gezinnetje weer lekker te genieten van een kopje koffie. Oké, vooruit, er zit nu ook een lekker taartje bij. Maar dat hoeft niet eens.
Ik realiseer me dat ik daar echt van geniet, gelukkig ben, in het hier en nu ben, als ik zo met mijn gezin ergens koffie zit te drinken.
Mijn schatje houdt niet zo van koffie. Maar voor mij drinkt ie af en toe een Latte Macchiato mee in plaats van het standaard colaatje.

Vind ik gezellig, zo samen koffie drinken. En onze kleine meis vindt het ook gezellig, van baby af aan al, om op een terrasje te zitten en wat te drinken of in een leuk tentje lekker te lunchen.
Ze heeft zich eens kwaad op de grond geworpen toen ik voorstelde om koffie te drinken en ik de knop van mijn koffiezetapparaat thuis in drukte. “Ik dacht dat we in de stad koffie gingen drinken!”: brulde ze. Hilarisch!

Voor mij is dit echt het kleine geluk. Ik geniet er van.
En ik zou er eens wat vaker of zelfs elke keer bewust bij stil moeten staan.

Het leven is goed

Soms heb je niet veel nodig. Of liever gezegd, je hébt niet zo heel veel nodig. Als je maar even stil kan staan bij wat er is, wat je hebt, hoe je je voelt en dat ook kan waarderen. Dan kan je je zomaar gelukkig en tevreden voelen.

Zo’n moment is nu voor mij!

Genieten van het uitzicht

Ik zit met mijn schatjes op een balkonnetje in het zonnetje. Een strak blauwe lucht overal waar ik kijk. De zon schijnt nu nog stralend, niet te warm, maar zal straks achter de bergen verdwijnen. Bloembakken vol met gekleurde bloemen hangen aan de randen van het balkon. Geraniums. Ah dus zo voelt dat achter de geraniums zitten, grinnik ik voor me uit, haha. We hebben een lekker drankje voor ons zelf ingeschonken. En nemen er ook een chippie bij.

We zijn heerlijk op vakantie in Oostenrijk. We zitten een week lang in een berghutje midden in de bergen. Of liever gezegd, bergvilla. De boeking was misgelopen en we werden dus iets wat geüpgraded. Wow, wat een ruimte! Ons onderkomen voor deze week staat tegen een berghelling aangeplakt in een fijne, mooie, rustige omgeving. Met voornamelijk allemaal locals in die paar huizen in de buurt. Ons tempo gedurende de dag is traag. De stress van alledag valt van ons af. We niksen.

We hebben een prachtig uitzicht op de mooie bergen in de omgeving overal om ons heen. Schitterend om die besneeuwde bergtoppen te zien. Het geklater van een waterval klinkt op de achtergrond.

‘Bijkomen’

Vandaag hebben we een heerlijke dag gehad. We hebben gewandeld, een ijsje gegeten. Ik heb mijn dochtertje zien genieten tijdens het goud zoeken. Met de kaplaarzen aan in een riviertje modder zeven op zoek naar gouden sprinkels. (Stiekem deed ik zelf net zo fanatiek mee. Lekker even kind zijn.) En dan nu ‘bijkomen van zo’n inspannende vakantiedag’ op dat balkonnetje.

Een geluksmoment

En dan overvalt met dat gevoel: Het leven is goed!  Ik geniet, meer heb ik (nu) niet nodig. Mijn gezin, de zon, het uitzicht, kleur, veel kleur, om me heen. Zoals ik me nu voel, voelt het goed. Ik ben me er bewust van. En ik kan en weet het te waarderen. Een heerlijk geluksmoment…

Ik ben tevreden, gelukkig. Het leven is goed. Ik LEEF!

Mijn mams koos voor haar passie

Photocredit: Peggy und Marco Lachmann-Anke/ Pixabay (bewerkt)

Toen ik 14 jaar was besloot mijn mams ‘ineens’ om reisleidster te worden. Tenminste, voor mij was dat ineens. Ik neem aan dat zijzelf al langer er over nagedacht had. En dat ze zich er in verdiept had, voordat ze mij haar keuze voorlegde. En dat ze met mijn vader al eerder gesprekken hierover gevoerd had, ga ik maar vanuit. Met onze instemming is ze er voor gegaan.

Vrijheid

Voor mij betekende dat een wereld aan vrijheid! Mijn mams was zeg maar de helft van het jaar aan het werk. Ze hoefde het niet als fulltime job te doen en bepaalde dus zelf welke reizen ze deed.  Meestal deed ze die in het voor- en najaar. Grosso modo was ze dan af en aan 2 weken op reis en een week thuis. En steeds in die 2 weken dat zij van huis was bestierde ik het huishouden. Mijn zus zat al lang en breed op kamers. Zij was het jaar daarvoor het huis uit gegaan om te gaan studeren. Mijn vader en ik waren met zijn tweetje thuis.

Goede leerschool

En heerlijk vond ik het! Niemand die je op je nek zat of je je huiswerk wel had gedaan, ’s middags al de TV aan omdat het anders wel heel stil was. En ik bepaalde lekker zelf wat we gingen eten.
Dat was ook wel meteen de keerzijde: het was dan ook wel heel stil in huis. Ook was het lastig om dan die ene week dat ze weer wel thuis was mijn rol van ondergeschikte puber weer in te nemen. En ok, mijn schoolwerk leed er ook wel wat onder.
Maar het was een goede leerschool in zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Toen ik op kamers ging kon ik al koken, wassen, enz; ik wist wat er bij kwam kijken het huishouden te doen. Daar draaide ik mijn hand niet meer voor om.

Stoere vrouw

Wat ik me nu pas realiseer, is dat mijn mams een stoere vrouw was. Ze heeft op pak en beet haar 40e haar hart gevolgd en is een ander beroep gaan doen. Ze was onderwijzeres met een passie voor reizen. En ze ging reisleidster worden met een passie voor mensen iets te leren en om voor mensen te zorgen. Op zich niet een hele vreemde keuze, tenminste ik snap hem wel. Wel stoer om zo het roer om te gooien, iets anders gaan doen, daar cursussen in te volgen en zo je passie leidend te laten zijn. Maar ook om voor jezelf te kiezen.  Weliswaar in overleg met het thuisfront, te kiezen voor jezelf en daarmee automatisch je thuisfront op de tweede plaats te zetten. En iets gaan doen waar jezelf helemaal blij van wordt.

Ik ook

Ik realiseer me nu pas dat zij een bewuste keuze heeft gemaakt om haar passie te volgen, iets te gaan doen waar zij blij van werd, intrinsiek gemotiveerd en wat haar tonnen aan energie gaf. Ik realiseer me dat nu omdat ik ook op zo’n splitsing sta. Ik sta op een punt in mijn leven waarin ik ook een keuze kan maken om een andere richting in te slaan. Om iets anders te gaan doen wat mij energie geeft. En wat mij blij maakt. En wat mij hopelijk ook een stoere vrouw maakt, net als mijn mams!

De tijd vliegt

Photocredit: Annca/ Pixabay

Wat is tijd?

Waarom gaat de ene keer tijd zo snel en de andere keer de tijd zo langzaam? Lijkt de tijd dan weer te vliegen en dan weer stil te staan? En waarom meten we van alles in tijd af, als tegelijkertijd tijd zo abstract, subjectief, ongrijpbaar, zo onvoorstelbaar en in die zin juist eigenlijk onmeetbaar kan zijn? Je hebt een week, een maand, een jaar de tijd voor iets, wat zegt dat nou?

Mijn verlies

Toen ik 8 jaar geleden (in 2011) mijn (ongeboren) kindje verloor ben ik een maand niet aan het werk geweest. Ik was fysiek niet in staat om te werken, maar kon ook mentaal alleen als een zombie op de bank zitten. ‘Gelukkig’ stonden de kerstdagen voor de deur en had ik even ‘lekker’ 2 weken vakantie. Ik had daarna nog iets meer tijd nodig maar ben toen maar weer aan het werk gegaan.

Toen ik 5 jaar geleden (in 2014) mijn zus verloor ben ik geloof ik binnen een week weer gaan werken. Ik had daarvoor een week in Zuid-Afrika gezeten omdat mijn zus daar in coma geraakt was, ik was een week bezig geweest om mijn zus weer naar Nederland te krijgen en had zo halve dagen gewerkt en ik had een week de tijd om de crematie te regelen. Ik had zelfs de maandag na de crematie een sollicitatiegesprek; wegens een reorganisatie was ik een niet-functievolger en heb ik intern gesolliciteerd op een nieuwe, andere interne functie. En daarna ging ik maar gewoon door. Ik ging weer aan de slag, was weer voltijds aan het werk.

Toen ik 2 jaar geleden (in 2017) mijn moeder verloor ging het heel anders. Ik was maanden van slag. We hadden 10 maanden ervoor gehoord dat ze ziek was en niet lang meer te leven had. Ik wilde tijd met haar doorbrengen en had tijd voor mezelf nodig om het nieuws te verwerken. En om te leren leven met het toekomstige verdriet en daarna met het verlies zelf. Ik kon niet werken, het leven ging in een roes voorbij en ik zat in een soort wachtstand totdat ‘het’ zou gebeuren. Ook daarna ben ik geruime tijd nog niet in staat geweest om te werken. Uiteindelijk heb ik met langzaam opbouwen met steeds meer uren mijn werk weer opgepakt. En na verloop van tijd was ik weer up and running en volledig aan het werk.

Wat ik maar wil zeggen

Dus wat is tijd? En wat is de benodigde tijd dat er staat voor rouw, het omgaan met verdriet, het weer leren leven met het verlies? Die is er niet! Dat staat niet vast.

Ieder verlies is anders. Tussen personen omdat iedereen individueel en uniek is. Maar ook per persoon omdat je telkens weer een andere specifieke relatie hebt met die persoon die je hebt verloren. Dat betekent ook dat je anders omgaat met het verlies, met het verdriet en met hoe je leert leven zonder die persoon. En dus ook dat de tijd die jij nodig hebt niet vast staat.

Alleen jij

Iemand anders kan jou dus nooit vertellen dat het maar eens klaar moet zijn met rouwen, dat je nu lang genoeg aan het rouwen bent of dat je juist nog wat langer moet rouwen, dat je nog niet klaar bent met rouwen. Dat het tijd is om weer eens de bloemetjes buiten te zetten; Dat het tijd is om de kleren op te ruimen; Dat het tijd is om de kamer leeg te halen; Dat het tijd is om te gaan werken; Of dat alles juist nog niet.

Alleen jijzelf kan bepalen wat je nodig hebt, wat goed voor jou is, wat goed voor jou voelt. Hoeveel tijd jíj nodig hebt om weer te leren leven!

Wees jezelf!

Photocredit: Bluebudgie /Pixabay

Heeft ‘jezelf zijn’ iets met rouwen te maken? Jazeker!

Ook daarin bemerk ik dat mensen heel vaak zichzelf níet zijn, niet kunnen zijn, niet willen of durven zijn. Dat ze zijn zoals ‘men denkt dat ze moeten zijn’.

Als rouwende

De rouwende die nog niet wil werken, maar van zijn werkgever moet omdat werken goed voor je is, ritme geeft en regelmaat. Of juist die rouwende die wil gaan werken maar van zijn vrienden te horen krijgt of dat niet een beetje te snel is.

Die rouwende die nog niet toe is aan avondjes uit, maar meegesleept wordt door vrienden want je moet er toch weer eens uit. Of degene die niet mee gevraagd wordt want daar is ie nog niet aan toe.

Die rouwende die te horen krijgt dat het nu toch wel eens tijd is om klaar te zijn met rouwen …

Het is zo belangrijk als rouwende naar je eigen gevoel te luisteren. Ben je er nog niet aan toe om uit te gaan, blijf dan nog even thuis. Ben je er aan toe om te gaan werken, ga dan lekker werken. Heb je weer eens plezier, geniet ervan en  denk er niet over na wat die anderen daar wel niet van zouden denken.

Als naaste

Maar als naasten of slechts als een vage bekende, volgen we ook niet ons gevoel, zijn daarin ook niet ons zelf.

Die kennis die dat kaartje niet durft te sturen want tja wat zet je er dan op?

Die collega die na een half jaar niet durft te vragen hoe het nu eigenlijk gaat want tja straks gaat hij huilen.

Die naaste die het  kind dat net zijn moeder verloren is niet durft aan te spreken, terwijl je hele gevoel zegt dat je het kind jouw aandacht wilt geven, dat het je aandacht nodig heeft.

Gewoon doen!

Heel vaak zegt ons gevoel dat we iets willen zeggen of doen, maar gaan we het met ons hoofd invullen of het wel kan of het wel mag, wel gepast is en hoe dan. Maar zeg gewoon dat je niet weet wat je moet zeggen. Zeg gewoon dat je diegene gewoon een knuffel wilt geven. Stuur gewoon dat kaartje naar die verre kennis omdat je aan hem moest denken. Stuur dat appje op die moeilijke datum zonder na te denken of je dan juist wel of niet pijn oproept.

Volg je gevoel! Doe goed! En wees jezelf!