Ik zoek je op als ik dat wil. Bekijk een foto in je boek. Verzorg je graf. Haal het onkruid bij je weg. En langzaamaan ruim ik je spullen op.
O ja, het doet nog pijn. Als je dichterbij komt in de kalender. Of als ik langs het kruispunt rijd. O ja, er is altijd dat verdriet. En langzaamaan kan ik het hebben dat ik ergens van geniet.
Waarom gaat de ene keer tijd zo snel en de andere keer de
tijd zo langzaam? Lijkt de tijd dan weer te vliegen en dan weer stil te staan?
En waarom meten we van alles in tijd af, als tegelijkertijd tijd zo abstract, subjectief,
ongrijpbaar, zo onvoorstelbaar en in die zin juist eigenlijk onmeetbaar kan
zijn? Je hebt een week, een maand, een jaar de tijd voor iets, wat zegt dat
nou?
Mijn verlies
Toen ik 8 jaar geleden (in 2011) mijn (ongeboren) kindje verloor ben ik een maand niet aan het werk geweest. Ik was fysiek niet in staat om te werken, maar kon ook mentaal alleen als een zombie op de bank zitten. ‘Gelukkig’ stonden de kerstdagen voor de deur en had ik even ‘lekker’ 2 weken vakantie. Ik had daarna nog iets meer tijd nodig maar ben toen maar weer aan het werk gegaan.
Toen ik 5 jaar geleden (in 2014) mijn zus verloor ben ik geloof ik binnen een week weer gaan werken. Ik had daarvoor een week in Zuid-Afrika gezeten omdat mijn zus daar in coma geraakt was, ik was een week bezig geweest om mijn zus weer naar Nederland te krijgen en had zo halve dagen gewerkt en ik had een week de tijd om de crematie te regelen. Ik had zelfs de maandag na de crematie een sollicitatiegesprek; wegens een reorganisatie was ik een niet-functievolger en heb ik intern gesolliciteerd op een nieuwe, andere interne functie. En daarna ging ik maar gewoon door. Ik ging weer aan de slag, was weer voltijds aan het werk.
Toen ik 2 jaar geleden (in 2017) mijn moeder verloor ging het heel anders. Ik was maanden van slag. We hadden 10 maanden ervoor gehoord dat ze ziek was en niet lang meer te leven had. Ik wilde tijd met haar doorbrengen en had tijd voor mezelf nodig om het nieuws te verwerken. En om te leren leven met het toekomstige verdriet en daarna met het verlies zelf. Ik kon niet werken, het leven ging in een roes voorbij en ik zat in een soort wachtstand totdat ‘het’ zou gebeuren. Ook daarna ben ik geruime tijd nog niet in staat geweest om te werken. Uiteindelijk heb ik met langzaam opbouwen met steeds meer uren mijn werk weer opgepakt. En na verloop van tijd was ik weer up and running en volledig aan het werk.
Wat ik maar wil zeggen
Dus wat is tijd? En wat is de benodigde tijd dat er staat voor rouw, het omgaan met verdriet, het weer leren leven met het verlies? Die is er niet! Dat staat niet vast.
Ieder
verlies is anders. Tussen personen omdat iedereen individueel en uniek is. Maar
ook per persoon omdat je telkens weer een andere specifieke relatie hebt met
die persoon die je hebt verloren. Dat betekent ook dat je anders omgaat met het
verlies, met het verdriet en met hoe je leert leven zonder die persoon. En dus
ook dat de tijd die jij nodig hebt niet vast staat.
Alleen jij
Iemand anders kan jou dus nooit vertellen dat het maar eens klaar moet zijn met rouwen, dat je nu lang genoeg aan het rouwen bent of dat je juist nog wat langer moet rouwen, dat je nog niet klaar bent met rouwen. Dat het tijd is om weer eens de bloemetjes buiten te zetten; Dat het tijd is om de kleren op te ruimen; Dat het tijd is om de kamer leeg te halen; Dat het tijd is om te gaan werken; Of dat alles juist nog niet.
Alleen
jijzelf kan bepalen wat je nodig hebt, wat goed voor jou is, wat goed voor jou
voelt. Hoeveel tijd jíj nodig hebt om weer te leren leven!
Heeft ‘jezelf zijn’ iets met rouwen te maken? Jazeker!
Ook daarin bemerk ik dat mensen heel vaak zichzelf níet
zijn, niet kunnen zijn, niet willen of durven zijn. Dat ze zijn zoals ‘men
denkt dat ze moeten zijn’.
Als rouwende
De rouwende die nog niet wil werken, maar van zijn werkgever
moet omdat werken goed voor je is, ritme geeft en regelmaat. Of juist die
rouwende die wil gaan werken maar van zijn vrienden te horen krijgt of dat niet
een beetje te snel is.
Die rouwende die nog niet toe is aan avondjes uit, maar meegesleept
wordt door vrienden want je moet er toch weer eens uit. Of degene die niet mee
gevraagd wordt want daar is ie nog niet aan toe.
Die rouwende die te horen krijgt dat het nu toch wel eens tijd
is om klaar te zijn met rouwen …
Het is zo belangrijk als rouwende naar je eigen gevoel te luisteren. Ben je er nog niet aan toe om uit te gaan, blijf dan nog even thuis. Ben je er aan toe om te gaan werken, ga dan lekker werken. Heb je weer eens plezier, geniet ervan en denk er niet over na wat die anderen daar wel niet van zouden denken.
Als naaste
Maar als naasten of slechts als een vage bekende, volgen we
ook niet ons gevoel, zijn daarin ook niet ons zelf.
Die kennis die dat kaartje niet durft te sturen want tja wat
zet je er dan op?
Die collega die na een half jaar niet durft te vragen hoe
het nu eigenlijk gaat want tja straks gaat hij huilen.
Die naaste die het kind dat net zijn moeder verloren is niet durft aan te spreken, terwijl je hele gevoel zegt dat je het kind jouw aandacht wilt geven, dat het je aandacht nodig heeft.
Gewoon doen!
Heel vaak zegt ons gevoel dat we iets willen zeggen of doen, maar gaan we het met ons hoofd invullen of het wel kan of het wel mag, wel gepast is en hoe dan. Maar zeg gewoon dat je niet weet wat je moet zeggen. Zeg gewoon dat je diegene gewoon een knuffel wilt geven. Stuur gewoon dat kaartje naar die verre kennis omdat je aan hem moest denken. Stuur dat appje op die moeilijke datum zonder na te denken of je dan juist wel of niet pijn oproept.